maandag 6 juli 2026

Krachtig materiaal over mijnen

Soms kan ik ontroerd raken van wat we gemaakt hebben. Zo gek, leermateriaal wat klaar is krijgt een eigen leven.

We hebben een heel vreemd project gedaan over tracebility van minerals. Dat zijn posters geworden, een boekje en een flipbook. Een flipbook is een tool om onder de boom te gebruiken, tekeningen die vragen en discussie uitlokken: wat zie je hier….. en zo breng je een discussie in een groep op gang.

Het gaat om mineralen in landen waar conflicten zijn, die zonder respect voor mensenrechten gemijnd en verhandeld worden. Ik kan er nog steeds niet bij dat posters, een boekje en een flipbook dit soort praktijken zouden verminderen, maar onze opdrachtgever vond vrolijk van wel. Bij illegale mijnen denk ik aan arme mensen die uitgebuit worden en dikke gemene bazen die met openlijk of subtiel geweld veel zwart geld verdienen. Volgens onze opdrachtgever van GIZ is bewustwording in algemene zin heel belangijk. Vooruit dan maar.

Wij hebben de boel gemaakt en vandaag hebben we geoefend met de mensen die met het flipbook moeten gaan trainen.

Eerst nog even over het project. Om beter te begrijpen wat we moesten maken voor wie, hebben we met ons team een mijn bezocht, van Trinity mines, een groot internationaal bedrijf. Het hogere management bleek Zuid Afrikaans, en de gemijnde Tin gaat naar Maleisie. Het mijn-management wist sappige verhalen: In het gebied waar we waren werd al door de Belgen gemijnd vanaf 1920. De heuvel waarin gemijnd wordt is heel uitgestrekt. Er wonen gewoon mensen tussen de tunnel ingangen van de mijn. Zij vinden dat ze mijnwerkers zijn, al 100 jaar, want ze werken in de mijn. Alle officiële tunnels hebben mooi gestutte ingangen en gangen. Het rondwonend volk graaft zelf op eigen houtje ook wat in die heuvel, maar die doen dat niet met groot materieel. Dus het rescue team van Trinity komt het meest in actie om de lokale bevolking (hun eigen mijnwerkers?) te redden als die onzorgvuldig gegraven hebben.

Volgens onze opdrachtgever, die de voomalig directeur van naast gelegen mijnbouw school bleek te zijn, is in Rwanda alles in orde met de mijnen. Er zijn geen non-tracable mineralen in Rwanda, behalve goud. Daar maakte hij een uitzondering voor. Goud is klein en kan je gemakkelijk smokkelen. Alle andere dingen zijn bulky, en moeten uitgevoerd naar smelters, en dat lukt niet illegaal. Er zijn wat kleinschalige mijnbouw coorperatieven, maar het mijnen is gereguleerd. 

Dus, dat beantwoordt nog steeds mijn vraag niet, voor wie maken we dit leermateriaal nou precies en wat gaat dat opleveren?

Okay, de hoop was dat zich dat zou gaan ontvouwen gedurende het project.

Het materiaal is nu klaar. We gaan de trainers leren dat ze niet mogen preken, ze moeten een discussie leiden.

Daar gaan we: Hier is het eerste plaatje: wat zie je?

Een van onze mensen heeft dit plaatje samen met onze Kenyaanse tekenaar ontwikkeld, en het is eigenlijk verbazingwekkend hoeveel je erop kan zien als je er met een groepje mensen over doorpraat. Een van de aanwezigen begon te beschrijven hoe niet goed afgewerkte muren van een mijn instortingsgevaar opleveren. We kregen ook discussie over licht. Wie het licht vasthoudt, bepaalt waar naar gekeken kan worden.
Dit zijn de landen waarvoor de 3TG Due Dillegence reguleringen gelden. In het Engels staat  3TG voor tin, tantalum, tungsten, en gold. In het Nederlands gaat het om de vier conflictmineralen:

·         Tin (Sn – gewonnen uit het erts cassiteriet)

·         Tantaal (Ta – gewonnen uit coltan, het mineraal columbiet-tantaliet is de belangrijkste bron)

·         Wolfraam (W – gewonnen uit het erts wolframiet)

·         Goud (Au)


 
 

Dit zijn de reguleringen.

Het begint met Dodd-Frank, twee Amerikaanse senatoren die na de financiële crisis van 2008 aan een hervormingswet voor de financiële sector werkten. Tijdens de behandeling van de wet voegden leden van het Congres een amendement toe, omdat er op dat moment veel aandacht was voor de oorlog in Oost-Congo. De gedachte was dat Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven verplicht moesten worden te onderzoeken of hun tin, tantaal, wolfraam en goud afkomstig waren uit gebieden waar de handel gewapende groepen financierde. Een wet die bedoeld was om Wall Street te hervormen kreeg een hoofdstuk over mijnbouw in Centraal-Afrika. De EU heeft dit nog eens dunnetjes over gedaan.

Ik zat daar als proefkonijn, leerling van mijn eigen materiaal, te kijken naar deze plaatjes, en plotseling dacht ik: dit is neo-koloniaal.

Je hoort veel over misstanden in mijnen in Congo, maar deze standaarden zijn vooral ontwikkeld vanuit de behoefte van Europese en Amerikaanse bedrijven om reputatie- en juridische risico's te beperken. Je kan mij niet wijsmaken dat lokale mijnwerkers en Oost Afrikaanse overheden veel invloed hadden op hoe dit ontwikkeld is.

De kosten van naleving, certificering en audits komen terecht bij de Afrikaanse overheden, exporteurs en kleinschalige mijnwerkers. Er is een hele nieuwe industrie ontstaan, die scheppen geld kost: de certificerings industrie. Bovendien worden 15% tot 20% van die metalen gebruikt in de oorlogsindustrie. Zo zou je kunnen stellen dat ze Gaza bombarderen met nare spullen die in Israel gemaakt zijn van Rwandese mineralen. Mag dat wel dan? Hoezo conflict vrij?

Nadat ik het woord neokoloniaal had uitgesproken knikten de anderen instemmend. Maar ze vonden ook wel dat mensenrechten belangrijk waren en daar is het allemaal voor. En het was niet alleen maar buitenlands prediken. Want Rwanda is een van de 12 lidstaten van de  International Conference on the Great Lakes Region (ICGLR), en die hebben het Regional Certification Mechanism ontwikkeld (het oranje boek op het plaatje)  Dus Rwanda heeft Rwanda  ook invloed vonden ze.

Toen ik vroeg waarom de Rwandese wetgeving niet op het plaatje stond zei de aanwezige jurist dat de Rwandeze mining wetgeving gaat over onteigening als er mineralen onder je land gevonden worden, enzo, en verder volgt Rwanda de internationale standaarden.

Okay, dat kan ik accepteren. Het is ook een beetje vreemd dat ik als witte de zaak neokoloniaal vindt, en de Rwandezen de standaarden verdedigen.

Kortom, we kregen op basis van de getekende plaatjes een zeer uitgebreide discussie waar ik veel nieuwe dingen leerde.

 

Hier nog een plaatje van hoe al die zakken met mineralen getagd en gesloten vervoerd worden. Dat heb ik ze ook zo zien doen in die mijn van Trinity.

Toen iedereen nog eens benadrukte hoe de flipbooks gebruikt moeten worden (discussie starten, kennis ophalen en uitwisselen, meningsvorming) bleek de middag geslaagd.

Daarna kwamen de dankwoorden. Men was zeer lovend. Een van de aanwezigen waar we al eerder meegewerkt hadden in een ander project, zei dat hij het trainingsmateriaal van Three Mountains onovertroffen vond. De mensen die het veld in moeten zeiden dat ze nu precies begrepen hebben hoe ze volwassenen moeten laten leren, veel discussie. We werden van harte bedankt voor onze zeer innovatieve aanpak.

Ik zelf was eigenlijk helemaal ontroerd. Ten eerste natuurlijk omdat er zoveel meer in de plaatjes bleek te zitten dan ik me bewust was toen we ze maakten. Vervolgens had ik me mee laten slepen in een discussie met mijn eigen materiaal.

Wat zijn plaatjes toch krachtig!

Het is natuurlijk vleiend als anderen lovend zijn. Dat we hier toch dingen achter laten die nuttig zijn. En dat ik die middag ook de woorden vond om opnieuw mijn twijfels bij dit hele project uit te spreken. 

Wat het werkelijk op zal leveren, zal de toekomst leren. 

Gerry

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

PS. Ik kan toch niet ophouden met uitzoeken hoe het nou zit met die tracebility van Minerals.

Ik heb de AI geraadpleegd. Wat is de uitkomst van Dodd-Frank?

Dit zegt Chat GTP: Regelgeving die bedoeld was voor de Amerikaanse financiële markten kreeg uiteindelijk grote gevolgen voor mijnwerkers duizenden kilometers verderop in de regio van de Grote Meren. Dat is precies waarom de Dodd-Frank-wet zo vaak wordt aangehaald in discussies over de wereldwijde invloed van nationale wetgeving en de machtsverhoudingen in internationale toeleveringsketens.

Toen de wet in 2010 werd aangenomen, was het idee eenvoudig: als Amerikaanse bedrijven geen mineralen meer zouden kopen die gewapende groepen in Oost-Congo financierden, zouden die rebellen hun inkomsten verliezen. Wat er vervolgens gebeurde, had bijna niemand voorzien.

Veel Amerikaanse bedrijven concludeerden dat het veel eenvoudiger was om helemaal geen mineralen meer uit Oost-Congo te kopen dan uit te zoeken of ze "conflictvrij" waren. Hierdoor ontstond een de facto embargo. Tin-, tantaal- en wolfraammijnen sloten massaal. Tienduizenden artisanale mijnwerkers verloren hun inkomen, ook in mijnen waar helemaal geen rebellen actief waren. Sommige onderzoekers noemden dit "the boycot nobody intended".

Een inkoper van een grote elektronicafabrikant zou ooit hebben gezegd: "Waarom zouden we risico nemen in Congo als Australië ook tantaal produceert?"

Dat werd de logica van veel multinationals. Niet omdat Congolese mineralen per definitie problematisch waren, maar omdat het risico op reputatieschade enorm was. Eén negatief krantenartikel kon miljoenen dollars aan beurswaarde kosten. Het gevolg was dat "risicovrij" belangrijker werd dan "verantwoord inkopen".

Terwijl veel mijnwerkers hun inkomen verloren, ontstond er een compleet nieuwe industrie. Auditors, consultants, certificeringsbedrijven, blockchain-start-ups, supply-chain-specialisten.

Waar vroeger een zak tinerts rechtstreeks naar een exporteur ging, moesten er nu formulieren, tags, audits, GPS-registraties, risicoanalyses en certificaten worden geproduceerd. Sommige critici spreken daarom van "audit capitalism": een systeem waarin controle zelf een lucratieve economische activiteit wordt.

Toen Apple, Intel en andere technologiebedrijven hun eerste conflictmineralenrapporten moesten publiceren, ontdekten ze iets ongemakkelijks. Ze hadden geen idee waar hun metalen eigenlijk vandaan kwamen. Een smartphone bevat honderden leveranciers. Veel bedrijven konden de keten slechts volgen tot de smelterij, maar niet tot de oorspronkelijke mijn. Dodd-Frank dwong grote multinationals voor het eerst serieus na te denken over hun volledige toeleveringsketen.

De ironie: niemand wist of de oorlog minder werd

Na jaren van implementatie stelden onderzoekers een lastige vraag: Heeft Dodd-Frank de conflicten daadwerkelijk verminderd? Het antwoord bleek veel minder duidelijk dan politici hadden gehoopt. Sommige studies vonden minder controle door gewapende groepen over bepaalde tin-, tantaal- en wolfraammijnen. Andere studies concludeerden dat gewapende groepen simpelweg overstapten naar goud, hout, belastingen of andere inkomstenbronnen. Met andere woorden: de regelgeving veranderde het economische landschap, maar maakte het conflict niet automatisch minder.

Kortom, Dodd-Frank maakte de mondiale mijnbouw transparanter, maar niet noodzakelijkerwijs rechtvaardiger. De wet dwong multinationals om verantwoordelijkheid te nemen voor hun toeleveringsketens en zette verantwoord ondernemen wereldwijd op de agenda. Tegelijkertijd verschoof een groot deel van de kosten en administratieve lasten naar de armste schakels in de keten: artisanale mijnwerkers, lokale handelaren en Afrikaanse overheden.

Dat maakt Dodd-Frank tot een fascinerend voorbeeld van hoe een goedbedoelde wet zowel positieve veranderingen als onbedoelde negatieve gevolgen kan hebben. Juist daarom wordt Section 1502, het artikel over conflict mineralen wat maar 0,1% van de totale Dodd-Frank wet bestaat, vandaag de dag nog steeds veel besproken in de literatuur over mondiale waardeketens, verantwoord ondernemen en de vraag of internationale regelgeving daadwerkelijk bijdraagt aan duurzame ontwikkeling.

Het raadsel

Na de invoering van de Amerikaanse Dodd-Frank-wet in 2010 en de daaropvolgende implementatie van due diligence-systemen steeg de Rwandese export van tin, tantaal en wolfraam opvallend. Rwanda groeide uit tot een van de grootste exporteurs van tantaal ter wereld. Dat riep vragen op.

Rwanda is ongeveer 26.000 km² groot; de aangrenzende provincie Noord- en Zuid-Kivu in de Democratic Republic of the Congo zijn samen ongeveer vijf keer zo groot en staan al decennialang bekend als uitzonderlijk rijk aan mineralen. Critici vroegen zich daarom af hoe Rwanda zulke exportvolumes kon realiseren.

De verdenking

De verdenking was eenvoudig. Wanneer Congolese mijnen vanwege Dodd-Frank moeilijker toegang kregen tot internationale afnemers, terwijl Rwanda wel een relatief goed georganiseerd traceability-systeem had, ontstond een economische prikkel om Congolese mineralen de grens over te brengen en ze als Rwandees uit te voeren. Het gaat daarbij meestal niet om spectaculaire smokkeloperaties met vrachtwagens vol erts, maar om duizenden kleine zendingen die de zeer poreuze grens oversteken via handelaren, tussenpersonen en lokale netwerken. De grens tussen Oost-Congo en Rwanda is druk, met dagelijks veel legale én informele handel.

De VN-rapporten

De belangrijkste beschuldigingen kwamen van de United Nations Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo. In verschillende rapporten tussen ongeveer 2011 en 2024 beschrijven de experts gevallen waarin mineralen uit Oost-Congo via Rwanda werden uitgevoerd. Zij wijzen op:

  • vervalste oorsprongscertificaten;
  • vermenging van Congolese en Rwandese ertsen;
  • handelaren die aan beide kanten van de grens actief zijn;
  • betrokkenheid van gewapende groepen en corrupte tussenpersonen in sommige gevallen.

De VN hebben echter nooit geconcludeerd dat alle Rwandese export uit Congo afkomstig is. De rapporten spreken over een aanhoudend probleem van smokkel en herkomstfraude, niet over een volledige fictieve mijnbouwsector.

Rwanda's antwoord

De Rwandese regering wijst deze beschuldigingen al jaren van de hand. Zij voert verschillende argumenten aan.

·       Ten eerste beschikt Rwanda zelf over economisch winbare voorraden van tin, tantaal en wolfraam. Het land kende al vóór Dodd-Frank een mijnbouwsector.

·       Ten tweede is de Rwandese mijnbouw veel sterker geformaliseerd dan die in grote delen van Oost-Congo. Mijnen zijn vaker geregistreerd, productie wordt beter bijgehouden en export verloopt via een beperkter aantal bedrijven.

·       Ten derde investeerde Rwanda vroeg in traceability-systemen, waardoor internationale afnemers meer vertrouwen kregen in Rwandese mineralen dan in ertsen uit het conflictgebied van Oost-Congo.

Met andere woorden: volgens Rwanda groeide de export vooral omdat het land beter georganiseerd was en daardoor marktaandeel won.

Wat zeggen onafhankelijke onderzoekers?

De meeste wetenschappers nemen een middenpositie in. Er bestaat weinig twijfel dat smokkel daadwerkelijk plaatsvindt. Dat gebeurt overigens al tientallen jaren en begon niet met Dodd-Frank. De grens is lang, bergachtig en moeilijk volledig te controleren.

Maar veel onderzoekers vinden ook dat het onjuist is om de volledige Rwandese export af te doen als "gestolen Congolese mineralen". Rwanda heeft aantoonbaar een eigen mijnbouwsector die de afgelopen decennia professioneler is geworden en investeringen heeft aangetrokken. De discussie gaat daarom vooral over de omvang van de smokkel, niet over het bestaan ervan.

Waarom dit politiek zo gevoelig ligt

Voor de Democratic Republic of the Congo is de kwestie meer dan een economisch probleem. Het raakt aan een bredere geschiedenis van koloniale uitbuiting, oorlog, grensoverschrijdende inmenging en het gevoel dat de rijkdom van Oost-Congo door anderen wordt geëxploiteerd.

Voor Rwanda ligt de zaak even gevoelig. Het land ziet zichzelf als een relatief goed bestuurde staat die juist heeft geïnvesteerd in transparantie, certificering en verantwoord mijnbeheer. De suggestie dat de export voornamelijk op smokkel zou berusten, wordt in Kigali ervaren als een ontkenning van die inspanningen.

De ironie

Een van de grote ironieën is dat Dodd-Frank juist bedoeld was om de herkomst van mineralen transparanter te maken. Maar doordat de regelgeving de economische waarde van een "Rwandees" certificaat vergrootte, nam ook de prikkel toe om Congolese mineralen als Rwandees te registreren.

Dat betekent niet dat de due diligence-systemen hebben gefaald; zij hebben de handel aanzienlijk transparanter gemaakt dan voorheen. Wel laat deze geschiedenis zien dat regelgeving altijd nieuwe economische prikkels creëert. Wanneer de toegang tot internationale markten afhankelijk wordt van de formele herkomst van mineralen, neemt ook de waarde van een geloofwaardig certificaat toe – en daarmee de verleiding om de oorsprong van mineralen te manipuleren. Juist dat spanningsveld maakt de regio van de Grote Meren tot een van de meest complexe casussen van verantwoord grondstoffenbeheer ter wereld.

Bronnen:

Congo Research Group. (2012, February 7). Interview with UN Group of Experts. https://www.congoresearchgroup.org/en/2012/02/07/interview-with-un-group-of-experts/

Enough Project. (2014). From the point of origin: The status of the impact of Dodd-Frank 1502 in Congo. https://enoughproject.org/reports/point-origin-status-report-impact-dodd-frank-1502-congo

Enough Project. (2017). Dodd-Frank 1502: Impact update. https://enoughproject.org/reports/dodd-frank-1502-impact-update

Global Witness. (2022). Who buys Rwanda's smuggled coltan? The global journey of conflict coltan from DRC to the world's electronics. https://www.globalwitness.org/en/campaigns/transition-minerals/who-buys-rwandas-smuggled-coltan-the-global-journey-of-conflict-coltan-from-drc-to-the-worlds-electronics/

International Peace Information Service. (n.d.). IPIS Research. https://ipisresearch.be/

Le Monde. (2024, August 31). DRC marred by blatant failure in coltan traceability essential for smartphones. https://www.lemonde.fr/en/le-monde-africa/article/2024/08/31/drc-marred-by-blatant-failure-in-coltan-traceability-essential-for-smartphones_6724001_124.html

Mining Weekly. (2025, July 3). Mineral smuggling from Congo to Rwanda at unprecedented levels, UN says. https://www.miningweekly.com/article/mineral-smuggling-from-congo-to-rwanda-at-unprecedented-levels-un-says-2025-07-03

Organisation for Economic Co-operation and Development. (2015). Mineral supply chain and conflict links in the eastern Democratic Republic of the Congo. https://www.oecd.org/en/publications/mineral-supply-chain-and-conflict-links-in-the-eastern-democratic-republic-of-congo_86e0c04b-en.html

Organisation for Economic Co-operation and Development. (2016). OECD due diligence guidance for responsible supply chains of minerals from conflict-affected and high-risk areas (3rd ed.). https://www.oecd.org/en/publications/oecd-due-diligence-guidance-for-responsible-supply-chains-of-minerals-from-conflict-affected-and-high-risk-areas_9789264252479-en.html

Parker, D. P., & Vadheim, B. (2017). Resource cursed or policy cursed? U.S. regulation of conflict minerals and violence in the Congo. Journal of the Association of Environmental and Resource Economists, 4(1), 1–49. https://doi.org/10.1086/689865

Radley, B., & Vogel, C. (2015). Fighting windmills in eastern Congo? The ambiguous impact of the conflict minerals movement. The Extractive Industries and Society, 2(3), 406–410. https://doi.org/10.1016/j.exis.2015.04.003

Rwanda Mines, Petroleum and Gas Board. (n.d.). Mineral traceability. https://www.rmb.gov.rw/1/mineral-traceability

United Nations Security Council. (n.d.). Due diligence guidelines. https://main.un.org/securitycouncil/en/sanctions/1533/due-diligence-guidelines

United Nations Security Council. (n.d.). Reports of the Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo. https://www.un.org/securitycouncil/sanctions/1533/panel-of-experts/reports

U.S. Commercial Service. (2026). Rwanda: Mining and minerals. International Trade Administration. https://www.trade.gov/country-commercial-guides/rwanda-mining-and-minerals

vrijdag 24 april 2026

Koelkast heen en weer duwen

De vorige keer schreef ik over het appartement dat we in Amsterdam-Zuidoost hebben gekocht. Dat blijkt helemaal goed. We zijn er december 2025 - januari 2026 geweest en hebben met velen van jullie geklust. Dat was ontzettend leuk. Hartverwarmend. Ik denk er met heel veel plezier aan terug. Het was zo leuk om weer een plek te hebben om mensen te ontvangen en niet meer alsmaar op bezoek te zijn in Nederland. Het voelt al als thuis. 

Inmiddels zijn alle ramen vervangen zodat het huis super geïsoleerd is. De balkonpui is verzet zodat wij een balkon hebben waarop we kunnen zitten. Er moeten voorbereidende werkzaamheden gebeuren voor een nieuwe keuken die eind juli komt als wij er ook weer zijn. Dat proberen wij op afstand te organiseren. Wij zijn van 27 juli tot 12 september 2026 in Nederland. 


En in Rwanda 

Ook daar weer verhuizingen. We hebben nieuwe medehuurders van ons grote pand. We hadden eerder mensen met wie we het pand deelden en dat ging heel prettig. Jammer dat zij vertrokken zijn. Met deze nieuwe huurders gaat het minder soepeltjes. Ze zijn met meer dan wij. 

Onze staf zit nu in het bijgebouw. Ze hebben het gepresteerd om 8 tafels (dus acht werkplekken) in hele kleine kamertjes te proppen en zitten daar nu gezellig boven op elkaar.

Jan Willen en ik zitten aan de andere kant van het grote gebouw buiten op het terras en de nieuwe medehuurders zitten ertussen. Zij zitten binnen.

Wij hoopten dat zij van Janvier’s kookkunst zouden meegenieten. Op de eerste dag bleek dat de baas van het spul in Janviers keuken haar eigen eten wilde maken. Zij had een extra koelkast in de keuken gepropt en wilde ook een magnetron in de keuken hebben. Maar daar hebben we een stokje voor gestoken. De keuken is het domein van onze koks en geen shared space. Bovendien slaan nu de stoppen al door in de keuken, laat staan als je er een magnetron bij zet. 

Nu eet de directeur haar koude prakje van thuis alleen op haar kamer op, met de deur op slot. Van de overige 13 personen blijken er gelukkig steeds meer mee te willen eten. We zijn al op vijf. De rest eet (nog) niets. 

Toen we zeiden dat de koelkast uit de keuken moest, gebeurde er niets. Toen heb ik de koelkast in hun open vergaderruimte geduwd waar hij prima kon staan. Een paar dagen later schoven zij de koelkast zonder overleg naar de gemeenschappelijke vergaderzaal. 

Tijdens een vergadering wil ik niet gestoord worden door iemand die in de koelkast wil. Hierop heb ik verklaard dat er over de inrichting van gemeenschappelijke ruimtes overlegd moet worden, waarna er niets gebeurde. Toen heb ik de koelkast zelf maar in de gang geduwd. Daar is geen electra. "Mooi" dacht ik. 

Tot mijn stomme verbazing bleken zij de gang prima te vinden en willen ze daar elektra aanleggen. Zodat de magnetron er dan ook op kan. Ik vind het onprofessioneel. De koelkast is het eerste wat je ziet als je bij ons binnenkomt. Ik was de enige die ertegen was. Jan Willem was voor en dit kon ik niet winnen.

Wij hadden een aantal werkplekken op het oog die we zouden delen. Daar begrijpen ze niets van, van delen. Wij dachten aan een zestal neutrale werkplekken met een clean desk policy. Zij bleken flexibele werkplekken op te vatten als: wij zeggen je wel aan wiens bureau jullie mogen zitten, als je even een werkplek nodig hebt. Ze hebben onze mooie tafels ingepikt en elders gezet. In de ‘shared working space’ staan nu een paar armetierige mini-bureautjes met zijschotten. Daar zitten Jan Willem en ik nu als we van het terras af geregend worden. Gelukkig komt dat niet vaak voor. 

Toen we onze staf vroegen hoe het ging, bleek dat zij niet meer in het hoofdgebouw naar de WC te durven. De nieuwe administratrice heeft haar bureau zo neergezet dat ze recht in het damestoilet kijkt. Als je uit de WC komt, kijk je haar recht aan. Alsof ze telt hoe vaak je naar de WC gaat. Daar heb ik weer wat van gezegd. Eerst werd het ontkend, maar nu heeft ze een blokje onder de deur geschoven zodat hij half openstaat en je haar niet meer ziet. Een prima oplossing. 

Tijdens het heen en weer duwen van de koelkast werd ik helemaal mies. Ik sliep er zelfs slecht van. Waar ben ik nu mee bezig? Niet leuk meer hier. “Effe wennen”, roept Jan Willem dan. “Hoort erbij, met meer mensen zijn.” Nou, als ik het hier niet meer leuk vind, ga ik lekker naar Zuidoost. Puh! 

Gelukkig ben ik lekker aan het peuteren aan de cursus over immunisatie voor nurses voor de WHO en aan cursussen over afval. We hebben weer een nieuwe opdracht voor video's over spaargroepen en moeten nog een vervolg maken over waterbeheer (in het Frans) voor Burkina Faso. Dat is allemaal wel leuk. En we zijn begonnen met outcome-stories. Na een tijdje terugkijken op projecten die we gedaan hebben. Heel interessant. 

Misschien is het gewoon wennen en komt het allemaal goed. Misschien is het ook zo dat nu het vervolg in Zuidoost duidelijker wordt, ik kleine ergernissen laat oplopen, zodat het vertrekken uit Rwanda gemakkelijker wordt. 

Die koelkast staart me maar aan, iedere keer dat ik erlangs loop..... Ik heb wel een kartonnetje tussen de deur gestopt om te voorkomen dat hij gaat schimmelen. 

Groet, Gerry

donderdag 11 december 2025

Het begin van de terugweg

Ochtendlicht op het ontbijt terras
We hebben een flat gekocht  in Amsterdam Zuid-Oost. Het begin van de terugweg is begonnen. We wilden naar een woongroep, maar we hebben bedacht dat dat niet gaat lukken vanuit Rwanda. Dus hebben we naar een betaalbaar transitie-huis gezocht zonder tuin. Zodat het niet erg is als we er niet zijn. Dan kan er geen tuin verwilderen. Ik vind het wel naar, huis zonder tuin, omdat ik er nu twee heb, huis tuin en kantoor tuin, en ik altijd effe in de tuin kan werken als ik wil. Maar goed, drie tuinen in twee continenten kan niet. Dat is te veel.

De zoektocht naar een huis was wel spannend. ’s Ochtends op Funda kijken wat de oogst van de dag was op basis van de zoekcriteria. Dan ’s avonds bezichtigingen aanvragen en bedenken wie van de familie en vrienden we hiermee gingen lastigvallen. Hannah, Esther en Roel hebben diverse huizen in Utrecht voor ons bekeken, Richard is naar Woerden geweest, Majlis naar Driebergen en Rick en Ingrid deden Zuid-Oost. We zijn jullie allemaal eeuwige dank verschuldigd. Jullie hebben geweldig geholpen.

De rugzakken om naar kantoor te gaan
Zuid-Oost is het geworden met  uitsluitend uitzicht op bomen, vlak bij de Gaasperplas, waar je kan zwemmen. We kennen de omgeving helemaal niet. 25 December komen we naar Nederland en 30 december is de overdracht. Er moet nog wel geklust worden.  Jos en Ineke hebben video’s gemaakt van rottende kozijnen en hoe je vanachter de wasmachine in de badkamer, de keuken kan zien. Jan Willem is bezig een klusparty te plannen voor zijn verjaardag. Verder gaat de VvE in maart alle ramen en deuren van nieuw driedubbel glas voorzien, dus het komt helemaal goed.

Het is fijn om vanaf nu een plek te hebben om naar terug te gaan.  Onze angst was toch ook wel dat ons kapitaaltje van ons vorige huis in Driebergen, wat in verantwoorde aandelen zat, zou verdampen als de beurzen plotseling door krijgen wat voor een idioot er in het Witte Huis zit. De komende jaren zullen we ons heen en weer bewegen. Hoe precies, dat weten we nog niet. Jan Willem zegt dan: ‘We blijven steeds langer in Nederland; vanuit Nederland kan je ook voor Three Mountains werken.’ Ik zeg dan: ‘We hebben nu in ieder geval een plek om heen te gaan, en hoe
vaak en hoe lang we heen en weer gaan zien we nog wel. Voorlopig vind ik Rwanda nog steeds een prima plek om te werken.’ Het zal zich ontvouwen.

De kantoor tuin 

Met ons bedrijf in Rwanda gaat het grandioos. De dip van de eerste helft van het jaar is voorbij, we zijn mean en lean en draaien dit jaar een record omzet. Wie had dat kunnen denken? Het viertal wat het bedrijf gaat overnemen heeft er een schepje erbovenop gedaan. Ze werken hard en leren veel. We hebben weer vier nieuwe stagieres die we dit keer opleiden om als free-lancers voor ons te gaan werken.

In een vorige nieuwsbrief schreef ik over de aardige huisbaas die onze kantoorhuur verlaagde omdat hij ons als huurders wilde houden. Na lang zoeken hebben we nieuwe co-huurders gevonden, Wellspring een Canadese NGO, die groter zijn dan wij. Als alles goed gaat komen ze per 1 februari bij ons in en krijgt de huurbaas al zijn penningen weer. Het levert weer gedoe op met meubels, leeg ruimen en kleine verbouwingen, maar dat hoort erbij. Diep in mijn hart vond ik het wel lekker, zo’n enorm kantoor voor ons kleine kluppie. Dus ik moet even slikken bij het delen met ‘vreemden’. Ze vroegen of we het goed vinden dat ze op vrijdag in onze gezamenlijke vergaderzaal een dankdienst doen, met zingen. Laten we hopen dat ze wijs kunnen houden en dat het een
verrijking is.

Germaine komt aan op kantoor
Komend jaar bestaan we 11 jaar. 11 jaar Three Mountains. Vorig jaar hebben we niets gevierd omdat het niet goed ging. Dit keer gaan we het vieren.

Jan Willen en ik wensen jullie goede feestdagen en een goed begin van 2026. Wie zin heeft om te helpen klussen op de Leusdenhof, we zijn er van 25 december tot 24 januari. Wie die feestdagen gebruikt om van zijn dubbele spullen af te komen, wij hebben een leeg huis en geen spullen. We zoeken alles. Van meubels tot kopjes, van prullenbakken tot gordijnen. Tot nu toe hebben we een strijkplank, een broodplank en we krijgen van Rick en Ingrid een slaapbank. Hannah heeft een herenfiets voor ons gevonden. Het wordt een geweldig jaar.

Groet, Gerry

ps. in deze blog staan foto's van de huis en kantoor tuin in Rwanda. Tot slot nog eentje van JW die lekker op ons kantoor terras aan het werk is. Mid decmber. Ja, ja, terwijl jullie binnen zitten en het in Nederland donker is. Waarom gaan we eigenlijk terug? (op termijn)


 

zondag 20 juli 2025

Zo heb je een klein bedrijf

 In April schreef ik over het opdrogen van onze opdrachten. Dat we te veel verlies leden en allemaal werktijd verkorting hadden tegen 40% salaris. 

Daar kregen we sympatieke en meelevende reacties op: dank je wel! 

Hoe is het verder gegaan?

We hebben de helft van ons personeel ontslagen, per 1 juli. We hebben onze zes jongste maatjes naar huis moeten sturen. Dat was niet leuk. De meesten namen het wel sportief op. “Wij zijn jong, we hebben hier veel geleerd, we redden ons wel.” Voor sommigen was het wel heel zuur. We hadden een uit een man vluchtenlingenkamp, een Congolees. Maar eigenlijk statenloos. Hij kwam van heel ver. Hij was heel blij dat hij bij ons werkte, een baan had en dat is nu niet meer.

Gelukkig heeft Christella onmiddellijk een nieuwe baan gevonden. Als communicatie officer bij een Italiaanse club. Voor twee anderen ben ik al om referenties gevraagd, dus onze mensen zijn wel gewild. Dat is fijn.

De overgebleven mensen hebben we een aanbod gedaan. Willen jullie het bedrijf overnemen? Het zijn de mensen die al het langst bij ons zijn.

  • Abdul is onze ster videomaker, ICTer een e-course bouwer. Simpel, recht doorzee en goud eerlijk. Af en toe ook wat warrig.
  • Germaine is de communicatie trainer die ook van plaatjes maken houdt.
  • Alaine is onze home-opgeleide adminstrateur die Jan Willem van zijn stapels bonnetjes bevrijd heeft. Ze kan rekenen, en kan ook een simpele e-cursus in elkaar zetten.
  •  Ineza heeft het doel in haar leven gevonden en wil super instructional designer worden. Ze doet een Masters in instructional design en reist binnenkort voor de tweede keer naar Noorwegen voor haar afstudeer project. Ze is doodkalm, en zegt bij alles: “Dat doe ik wel effe.”

Dit viertal heeft de uitdaging aanvaard, en zij gaan het bedrijf overnemen. En, een klein bedrijf overnemen is een stuk gemakkelijker dan een groot bedrijf overnemen. Zij vieren hebben over nog wat jaren wel voldoende CV opgebouwd om opdrachten te kunnen krijgen.

Inmiddels kunnen ze ook tenders schrijven. Toen wij in mei/juni naar Nederland waren hebben zij op een tender geschreven voor het overdubben en aanpassen van 10 videos uit Kenya, over sexual harrasment, in het Kinyarwanda. En die hebben ze gewonnen! Ik weet niet precies waarom. Het is een opdracht waar ik nooit op geschreven zou hebben, want ik zou niet weten hoe ik dat moest doen. Ik heb geen enkele ervaring in videos dubben. Ik denk dat Ineza met haar doorkalme “Dat doe ik wel effe” het pleit gewonnen heeft. En nu moeten ze het zien uit te voeren. De eerste hobbel blijkt het contract met de onderaannemer en zijn opname studio die we moeten gebruiken. Maar, goede les voor ze, we gaan zien hoe het gaat.

Omdat Ineza binnenkort weer naar Noorwegen gaat, hebben we Gisele gevraagd nog te blijven. Dus nu zitten we met een kleiner team in ons prachtige, nu veel te grote kantoor.

De huurbaas van het kantoor vindt dat wij zo goed voor zijn pand zorgen dat hij accoord gegaan is met huurverlaging. De komende drie maanden hoeven we minder dan de helft huur te betalen. Dat geeft ons dan nog drie maanden om een co-huurder te vinden om samen de huur en bijkomende kosten op te brengen.

Als dat per 1 November niet gelukt is, dan moeten we de handdoek in de ring gooien en dan gaan we op zoek naar een kleiner kantoor. In geval van uiterste nood kunnen we ook weer terugtrekken naar ons kantoor aan huis, zoals we begonnen zijn. Nadeel is dat het bedrijf dan weer meer van JW en mij is, omdat we dan weer in onze thuissfeer zitten. Dat wil ik liever vermijden. Aan de andere kant, ik wil graag buiten blijven werken, onder een dakje op op een terras in een rustige tuin zonder uitlaatgas. Dus niet langs een drukke weg. En dat is best moeilijk te vinden in Kigali.

Inmiddels komen de opdrachten ook weer los. We hebben nog 12 tenders uitstaan waar we nog op antwoord wachten. Maar, we hebben er ook een paar gewonnen. Zelfs die tender met US AID geld die JW in januari ging tekenen en die toen niet doorging, is toch losgekomen. Weliswaar voor de helft van het budget, maar toch. We hebben ook grote tenders uitstaan. Als we die krijgen moeten we snel ons ontslagen personeel weer benaderen. We hebben met het viertal afgesproken dat we extra mensen als free-lancers zullen aannemen, om verliezen in de toekomst te vermijden.

Zelfs een van onze allereerste werknemers, Nehemie, heeft zich weer gemeld. Hij werkte de laatste tijd bij een Belgische organisatie. Alles gelieerd aan Belgie moest ophouden omdat ze kritiek hadden op Rwanda over de ingmenging in Congo. Nehemie is ook ontslagen en free-lancer geworden.

Dus: crisis is kans. Het is niet leuk om mensen te ontslaan, maar ons andere probleem: hoe komen we van ons bedrijf af, is opgelost. We hebben nu een plan om ons bedrijf over te dragen. Het bedrijf is minder waard dan vroeger omdat we een deel van onze reserves opgegeten hebben. Onze ambities over wat we eruit willen hebben zijn naar beneden, en een kleiner bedrijf is stabiel genoeg om verder te kunnen.

Zo heb je een bedrijf en zo heb je een kleiner bedrijf.

En, we zijn leuke dingen aan het bouwen. Een cursus over afvalverwerking. Over de vuilstort en composteren. Een geweldig praktisch onderwerp. Toen we laatst achter de vuilnus wagen aanreden, ben ik snel uit de auto gesprongen om vuilnismannen te fotograferen, wat leidde tot plaatsvervangende schaamte bij Jan Willem.

Verder maken we een flipbook voor artisanale mijnwerkers over de traceability van mineralen. Over de Due Dilligence waar ze aan moeten voldoen. Daarvoor moeten we allemaal plaatjes laten tekenen van goede en foute mijnen, waar ik ook al niets van weet. Geen idee hoe een Rwandese mijn eruit ziet. Dus: op excursie naar een mijn.  

Nog eentje, met een Indier en een Keniaan bouwen we een cursus over het onderhoud en de reparatie van all dingen die nodig zijn om vaccins koud te houden (inloop cold rooms, freezers, vaccine carriers, etc). Die Indier is waarzinnig productief. Hij heeft me al 1500 PowerPoint slides gestuurd met “zeer belangrijke informatie”. Die moeten wij allemaal digitaliseren. Ha!

Zo heb je een klein bedrijf en zit je lekker te puzzelen.

Groet, Gerry

dinsdag 8 april 2025

Zo heb je een bedrijf en zo heb je .....

Op de dag nadat Trump en Vance in het Witte Huis Zelensky beledigden, gingen Jan Willem en ik een nieuw gasfornuis kopen. De ouwe had het 10 jaar gedaan. Het was een goedkope Turkse en er was brand in uitgebroken. Plotseling stond de linkervoorpit in brand. De gasleiding eronder was doorgeroest.

Ik wilde een kwalitatief goed Belgisch gasfornuis kopen. Jan Willem de allergoedkoopste. Wat te doen? We hebben de goedkoopste gekocht en het prijsverschil aan Ukraine geschonken. Dat leek ons een mooi compromis. Alleen blijkt het gasfornuis eigenlijk te klein voor onze pannen. Dan denk ik iedere keer: “Tja, de rest van het gasfornuis is bij Zelensky”.

Three Mountains bestond op 1 maart 2025 10 jaar. Reden voor een feestje, zou je denken. We hebben altijd gezegd: “We blijven 10 tot 15 jaar in Rwanda.” Het zijn 10 fantastische jaren geweest. Gestage groei en veel plezier. Maar in januari, toen Jan Willem in de auto zat om een om een contract te gaan ondertekenen voor leermateriaal voor een waterproject, draaide Elon Musk USAID de nek om. Daar ging Jan Willems mobiel: “Draai maar om, het gaat niet door.” Project verdampt. Pluuf. Tja.

In januari was ik in Gishenyi om een retreat voor de FAO te leiden. Gishenyi ligt in Rwanda, vlak tegen Goma aan, in Congo. ’s Ochtends vroeg hoorde ik doffe dreunen. Wat is dat? Ik naar buiten, waar een meneer het terras stond te vegen. “Oh,” zei hij, “Dat is de oorlog, maar dat is niet hier hoor.”  De FAO heeft stevige veiligheids protocollen. Het was de laatste dag van het retreat en ze vonden dat we maar een uurtje eerder weg moesten, terug naar Kigali. De volgende dag zijn er twaalf mensen in Gishenyi gedood door afzwaaiers van het Congolese leger.

Inmiddels heeft M23, een flink deel van Noord- en Zuid-Kivu ingenomen. De narratieven hierover verschillen. Rwanda benadrukt de nationale veiligheid, de dreiging van de FDLR (een militie van voormalige Rwandese genocidaires)  en de discriminatie en vervolging van de Banyamulenge, Kinyarwanda sprekende mensen die in Congo wonen. De Europese pers schrijft dat Rwanda mineralen wil. Jan Willem en ik denken dat het frame “Rwanda wil mineralen” te simpel is.  

Inmiddels is de Belgische ambassadeur uitgezet. Tja, dekolonisatie is geen glad proces en gaat met schokken. Maar dat leuke project dat we met de Belgen zouden doen, is ook pluuf, verdampt. De Engelsen hebben zich teruggetrokken, de Duitsers doen even niks nieuws meer en de rest houdt zijn adem in.  Het gure klimaat in Europa aangaande internationale solidariteit en ontwikkelingssamenwerking helpt ook niet mee. Pluuf, daar gaan onze opdrachten. Tja.

We hebben op 12 tenders geschreven en alle banken in Rwanda benaderd of ze geen leiderschapstraining nodig hebben. Meestal krijgen we de helft van de tenders waarop we schrijven. Maar nu horen we al weken helemaal niks. Iedereen kijkt de kat uit de boom en neemt geen beslissingen.

Toen zijn Jan Willem en ik maar eens een weekend gaan wandelen. Wat doen we nu? We hebben een aantal rekensommen gemaakt en bedacht hoe lang we het vol kunnen houden. Niet zo lang dus.

Even geen feestje voor het 10 jarig bestaan. Per deze week hebben we al ons personeel, inclusief onszelf, op gedwongen werktijd verkorting gezet. Dat kan drie maanden volgens de Rwandese arbeidswetgeving. Iedereen moet nog twee dagen per week komen werken, 40% van de arbeidstijd. We hopen dat het overgaat en weer aantrekt. Indien niet, dan is een plotslinge inkrimping van Three Mountains onvermijdelijk.  Tja.

We waren al een tijdje ons hoofd aan het breken hoe we van ons bedrijf af zouden komen. Ons personeel heeft niet genoeg geld om ons uit te kopen, we moeten een overnamekandidaat vinden, of fuseren met een ander bedrijf. Al die gedachten blijken nu niet meer nodig. We teren in op onze reserves, als er iets overblijft kunnen we net zo goed een netwerk worden waar mensen per opdracht samenwerken.

Het is alleen wel erg naar voor ons personeel, er staan 16 mensen op de loonlijst. Wij redden ons wel. Jan Willem is inmiddels 67 en krijgt wat pensioen. Maar ons personeel is natuurlijk niet blij met 40% salaris. En omdat alle USAID personeel op de markt is en alle Belgische projecten gestopt zijn, is er een overschot aan loslopende gekwalificeerde mensen. Geen lekker klimaat om een andere baan te vinden. WW is er niet in Rwanda.  

Gisteren was het genocide herdenking in Rwanda. Een sombere doodstille dag. Wij zijn naar de herdenkingsbijeenkomst in ons dorp gegaan. We waren de enige wittten en kregen gelijk een stoel aangeboden. De  locale bijeenkomst was in het Kinyarwanda, een soort geschiedenisles hoe het allemaal zo gekomen is. Daarna was er de speech van de president die door alle dorpen beluisterd wordt via de radio of de TV. Die was in het Engels, wat zijn volk maar matig verstaat. Ik werd er niet vrolijk van. De boodschap was: we laten ons niet vernederen en we moeten vechten. Temidden van al die mensen daar zaten om hun doden te herdenken. Tja.

Het zijn wel kanjers overigens, ons personeel. Ze zagen het natuurlijk wel aankomen. In alle hoeken en gaten van ons kantoor zaten ze de afgelopen tijd tenders te schrijven. Ook op projecten waar we normaal nooit op zouden schrijven omdat ze verder van onze expertise afliggen. In ieder geval hebben ze binnen een aantal maanden het tender-schrijf-bedrijf doorgekregen. Tja. Nu hopen dat er toch nog iemand doorkomt.

Zo heb je een bedrijf en zo heb je .....

Groet, Gerry