zondag 6 september 2015

Onze woon-werkplek



Onze woon-werkplek


Mijn vorige blog ging over ons huis en over de spullen. Dit keer wil ik graag schrijven over de mensen met wie we het huis bewonen.

We wonen hier met z'n drieën, Haruna, de wacht woont er ook. Dat is gemakkelijk te vergeten, omdat het zoals op veel plekken in de wereld, nogal ongelijk verdeeld is. Jan Willem en ik hebben een huis met 4 slaapkamers en 3 badkamers.
Haruna heeft een soort rond poortwachtershuisje met een muur in
het midden waardoor zijn matras er niet rechtuit in past. Hij moet opgekruld liggen, gelukkig is hij niet zo groot. Hij is ook de nachtwacht en nachtwachten zijn 's nachts wakker. Dan verblijft hij op een van onze tuinstoelen met 2 dekens onder de boom. Daar zit hij zo wat uren en daarna kruipt hij volgens mij lekker in bed.  's Ochtens is hij al uren op voordat wij op zijn.


We hadden van te voren gezegd dat we geen wacht willen waarmee we niet kunnen communiceren, we willen iemand die of Engels of Frans kan. Maar we zijn inmiddels volledig Haruna fan geworden. Hij is hartstikke vrolijk, rent door de tuin, doet de poort open, spit met een noodvaart de keiharde tuin om op de aangewezen plekken (dat gaat met een hak in Rwanda die je flink van boven laat neerkomen) en vraagt meerdere keren per week of hij de auto mag wassen. Hij kan niet niets doen. Verf afkrabben heeft hij als enige Rwandees inmiddels onder knie en hij vindt het geweldig. Hij is nog 6 weken bezig geweest zodat wij nu het enige huishouden in Rwanda zijn met volledig schone ramen. Hier en daar heeft hij ook de verf afgekrabd waar het moest blijven zitten, maar dat vergeven we hem graag.

Hij houdt ook heel erg van vegen en van met veel Omo de handwas doen. De meegebrachte wasmachine werd dan ook met argwaan bekeken. Maar nadat hij aangesteld werd als chef-wasmachinehok met als taken de wasmachine leeghalen, ophangen, opvouwen en de aangewezen stukken strijken, is het toch weer goed gekomen. Strijken doen Nederlanders op een strijkplank. Hoezo? Rwandezen strijken op een strijktafel. Demonstratie van de strijkplank. Met veel gebarentaal, want dat is onze gemeenschappelijke taal. Dan moet hij de strijkplank zelf in en uit klappen. Daar gaat Haruna van giechelen. Dat is zo leuk!
Hij is analfabeet. Wij hebben het verhaal niet precies begrepen, maar op een of andere manier is hij ook wees uit de Genocide. Hij heeft 18 jaar voor de vorige bewoners van ons huis gewerkt en was daar een soort opgenomen in de familie. Toch heeft hij zeer zijn best gedaan om bij ons te blijven werken en niet bij zijn “familie” te blijven. Waarom zij hem nooit naar school gestuurd hebben is ons niet zo duidelijk. Wij dachten eerst dat hij niet zo slim is, maar hij blijkt ontzettend slim op een hele praktische manier. We hadden met hem afgesproken dat hij ons Kinyarwanda zou leren en wij hem Engels. Maar dat werkt niet. De Kinyaranda woorden blijven bij ons niet plakken en de Engelse woorden niet bij hem. We zijn in gebarentaal vervallen en ik vrees dat we daar niet meer uit gaan raken.
Maar strijkplank opzetten was voor hem een fluitje van een cent en stel je nu Gerry voor die het stoomstrijkijzer demonstreert. Daar kan je stoom mee spuiten. Haruna sloeg tegen de grond van het lachen!
Kortom, Haruna is een persoon met een hele vrolijke energie en het wonderbaarlijke vermogen om zichtbaar te zijn op de momenten dat dat nodig is en onzichtbaar te zijn als dat nodig is. Het voornaamste probleem wat wij met hem hebben is dat wij genoeg klussen moeten verzinnen om hem zoet te houden.
Zijn voornaamste probleem is dat wij willen dat hij af en toe ook “elders” is, vakantie heeft, of iets voor zichzelf doet. Nou blijkt hij gelukkig te kerken bij de Jehova getuigen. Dus als wij denken dat het nu wel weer genoeg is met dat keiharde werken, sturen we hem naar de kerk. Dan vertrekt hij braaf in zijn mooiste kleren. Ook hebben bedongen dat hij 1 keer per maand een weekend weg moet. Daar moest hij ook vreselijk om giechelen maar hij vond het wel goed. Hij is net een weekend naar het dorp geweest waar hij opgegroeid is en kwam terug met een nieuw overhemd aan, breed lachend.

Ik kan me zijn leven niet voorstellen. En het is volstrekt duidelijk dat hij zich mijn leven niet kan voorstellen. Zo raar. Maar we hebben het gezellig. Ik geniet er echt van.

De tijdelijke bewoners

Drie dagen per week komt Ruth, onze kok-schoonmaakster. We hebben haar overgehouden uit een heuse sollicitatie procedure waarbij we 3 potentiele huis-engelen een halve dag hebben laten werken en lunch hebben laten koken. Zij is de zus van Esther, de huisengel waarover ik in mijn allereerste Blog al schreef. Tijdens het kennismakingsgesprek was Ruth eigenlijk afgevallen omdat ze alleen maar naar de grond keek en niets zei tenzij Esther (die ook bij het gesprek was) voor haar vertaalde. Maar omdat Esther zo smekend keek hebben we haar zus een kans gegeven. Tijdens de proefochtend verscheen Ruth plotseling met een koksmuts op die haar prachtig stond en wonderbaarlijk genoeg bleek ze toch Engelse woorden te kennen. Ze is 24, heeft een man en een kind en thuis ook weer een schoonmaakhulp voor haar eigen huishouden.

Met Ruth gaat het niet zo soepeltjes als met Haruna, voornamelijk omdat ze niet zegt wat ze niet snapt, geen vragen stelt en ook niet opbiecht als ze iets breekt of stukmaakt. Wij zijn haar eerste echte baan en het kost energie om haar zover te krijgen dat ze doet wat de bedoeling is. Zo is lunch om 13.00 uur (het grote middagmaal voor de three mountains learning advisors) niet hetzelfde als lunch om 15.30 uur. Een reusachtige keukenklok bleek de oplossing. Ook mag ze geen groente kopen voor een heel weeshuis, er een kwart van gebruiken en de volgende week vrolijk nieuwe groente wensen. Eerst de oude dingen opmaken en de volgende keer minder kopen. Ik gaf haar geld mee voor de markt, een tijdrovende klus die een mens maar beter kan uitbesteden.  Bij ondervraging bleek ze niet te kunnen optellen wat ze uitgegeven heeft, maar het was meer dan ik haar meegeven had. Ik dus bijgepast. Dat ging zo 3 weken door en daarna heb ik gezegd: “dank je wel dat je bijdraagt aan ons huishouden” en het verschil niet bijgepast. Zij bloedlink en ik ook. Maar zoals altijd is de oplossing eenvoudig, ze heeft nu een aparte portemonnee voor het huishoudgeld zodat ze niet meer in de war raakt met haar eigen geld en ook kan overzien wat ze nog heeft. Afgelopen week kreeg ik voor het eerst een overschotje terug!
Na 3 weken vettige Afrikaanse kost gegeten te hebben, hebben we in voorlopig verbod op groene bananen ingesteld en zijn we begonnen aan de aanleg van een Engelstalig receptenboek. Dat blijkt ook nog een hele klus, want Engelse recepten hebben weer hele aparte termen. Zo weet ik nu wat een skillet is en dat je allerlei dingen moet wisken (wisk the ingredients....)

Inmiddels kan Ruth wortelcake maken, spinazie souffle, couscous salade en gazpacho. Het vereist enige begeleiding, maar het lukt haar. En ze houd echt van koken. Samen proeven of het goed geworden is, is leuk.
Ze moet ook schoonmaken. Het tapijt van tante An en de stoffen stoelen moeten met de stofzuiger. “Ja” knikt Ruth. Maar ik hoor nooit de stofzuiger. Afrikanen vegen. Je moet hier eigenlijk iedere dag je hele huis vegen en alles afnemen vanwege het rode stof. Maar ja, stoffen meubels kan je niet vegen. Je kunt er op slaan met een stok. Ik heb Haruna een keer het tapijt van tante An met een stok zien bewerken en ik had medelijden met dat tapijt. Het is al een antiekje....Weer in de demonstratie modus. Voordoen.  Zij nadoen. Ik kruip ik weer achter mijn computer en ik hoor de stofzuiger. “Dat gaat goed” denk ik.
Afgelopen zaterdag ben ik zelf aan het stofzuigen. Ik draai me om, iets vreemds achter de stofzuiger, overnieuw zuigen. Maar, wat doet die stofzuiger raar! Hij bubbelt. Er komt allemaal sop uit de stofzuiger. Paniek. Stofzuiger naar buiten. Stofzuiger uit elkaar gehaald. Stofzuiger op zijn kop en er komt ongeveer 4 deciliter water uitlopen. Langzaam dringt het tot me door, ik heb haar niet duidelijk uitgelegd dat je met stofzuigers alleen stofzuigt en dat stofzuigers niet voor water zijn. Je moet er maar opkomen!

De stagiaires

Bij dit woon-werk huishouden horen ook de stagiaires. We hebben er inmiddels 2 zodat Three Mountains learning advisors nu een 4 personen sterk team is. Toen we naar Rwanda gingen zeiden we tegen iedereen dat we een groot bedrijf willen opbouwen. Nou ja, groot… in ieder geval groter dan wij met z’n tweeën. In Juni hadden we min of meer per toeval een hele goeie stagiaire, Josiane. We waren heel blij met haar. Maar Josiane kreeg in Juli een betaalde baan, dus zij vertrok
De stagiaire constructie is hier heel gebruikelijk en werkt wel goed. Afgestudeerde mensen lopen een half jaar stage om werkervaring op te doen. Het is ook uitbuiting omdat er zoveel afgestudeerden zijn en zo weinig werk, dus werkt het als een goedkope manier om te kijken wat iemand precies kan. We hebben een advertentie geplaatst, kregen we binnen een paar dagen 23 aanmeldingen en liepen vervolgens tegen het probleem aan dat we het niet eens waren. Jan Willem wilde Pacifique aannemen en ik Ariane. Na twee nachten slapen hebben we besloten om ze maar allebei aan te nemen. Dat is ook leuker voor hen. Ariane heeft ambities op het gebied van Gender, een van de onderwerpen waar we op dit moment e-learning over aan het maken zijn. Pacifique heeft een ICT achtergrond, dat leek ook handig in verband met het verhelpen van allerlei vastlopende computerprogramma’s.
Maar ja, 2 stagiaires en kantoor aan huis, waar moeten we dan zitten met zijn vieren? Vervolgens volgde er weer een weekend waar we het net ingerichte huis weer op zijn kop moesten zetten. Nu hebben we een buitenkantoor met 4 werkplekken en een binnen kantoor met 2 werkplekken. Als het echt zou moeten, kunnen er nog 2 mensen bij, maar dan moet het niet regenen. Zo!
We hebben tegen Ariane en Pacifique gezegd dat ze pas om 9 uur mogen komen en we proberen ze om 5 uur weer naar huis te sturen. Dan blijft er een soort scheiding tussen rustig wakker worden en op gang raken en je bezig houden met wat de stagiaires aan het doen zijn en of dat de goede kant op gaat. Onze slaapkamer grenst aan het buitenkantoor, dus als ze er eenmaal zijn is er geen ontsnappen meer aan. We nemen Ariane en Pacifique ook mee naar gesprekken met potentiele klanten, en uitwisselingsbijeenkomsten enzo, maar soms is het ook gewoon de hele dag suf filmpjes knippen of dingen uitzoeken op sukkelig internet. 
Het zijn leuke mensen met allebei hun eigenaardigheden. Ariane heeft een  manier van HAHA zeggen die het midden houdt tussen cynisme en puberale wrok en Pacifique bezit de typische vaardigheid om de indruk te wekken dat hij druk achter zijn computer aan het werk is, terwijl hij aan het eind van de dag niets heeft gepresteerd. Als je hem daarnaar vraagt is hij oprecht verbaasd. Daar moet dus output-monitoring tegenaan, Jan Willem zijn favoriete bezigheid. Ha!


Laatst zaten we suf achter de computer en ’s middags hadden we geen zin meer. Toen zijn we naar de Fair gegaan, een soort huishoudbeurs op zijn Afrikaans, onder het mom dat we e-learning gingen verkopen. Er bleek niets te verkopen, HAHA, dus hebben we maar een ijsje gekocht voor onze stagiaires. We waren net een soort dagje uit met een nepgezin.
Overigens is het heel interessant welke dynamiek ons 4 tal heeft. Binnen ons kantoorhuis zijn Jan Willen en ik de baas. Buitenshuis nemen onze stagiaires het over. Als we op stap gaan en bij een organisatie aankomen gaan zij plotseling voorop lopen, spreken zij de receptioniste aan, zoeken zij uit waar we heen moeten en gaan ze voor ons vertalen. Alsof wij plotseling gehandicapt zijn. Het is ook zo dat we alle 4 heel verschillende dingen zien. Dus na afloop heeft ieder van ons andere dingen beleefd. En dat is natuurlijk de meerwaarde van het team wat we nu zijn.

zaterdag 1 augustus 2015

Bruiloft in Rwanda



Bruiloft in Rwanda

Afgelopen weekend hebben Gerry en ik onze eerste traditionele Rwandese bruiloft bijgewoond en ik moet zeggen: het was een belevenis.  De gelukkigen waren Anatole en Lea van wie we de auto hebben gekocht (Wij begrijpen nu waar ze het geld voor nodig hadden).

Trouwen is in Rwanda een zeer uitgebreide aangelegenheid en een aparte mix van traditionele en moderne praktijken. Om te beginnen moet de man een eigen huis bouwen, kopen of huren waar het stel in kan gaan wonen. Zolang een man dat niet kan, omdat hij te arm is, wat veel voorkomt op het platteland, dan kan hij niet trouwen. We stuitten hier op een studie over de gevolgen van jeugdwerkloosheid op het platteland en de belangrijkste conclusie was: er onstaat een explosieve situatie omdat te weinig jonge mannen genoeg geld verdienen om een eigen huis te kunnen bouwen. Dat wordt ervaren als enorm falen en maakt het onmogelijk voor een jongen om te trouwen en een gezin te stichten en daarmee echt een volwassen “ man” te worden. 
Ook Anatole was de maanden voor zijn huwelijk druk doende een geschikt huis te vinden. Ik geloof wel dat hij Lea er bij betrok, maar het was zijn taak. Zijn keus bleek uiteindelijk een bescheiden, maar net huis in een volkswijk.  Dat betekent hier dat de huizen hutje mutje staan , niet iedereen is aangesloten op waterleiding en riolering en de hobbelige zandweg voor je deur niet wordt onderhouden.  

Dag1: het burgerlijk huwelijk.
Het burgerlijk huwelijk vinden ze hier helemaal niet belangrijk. Anatole en Lea gingen met een paar vrienden dat even regelen op het stadhuis. Daar hoefden ze verder niemand bij te hebben.

Dag 2: het aanbieden van de bruidsschat.

Eindelijk op weg naar de bruid ( let op Gerry in klederdracht!)
Het grote spektakel is het “ aanbieden van de bruidsschat”. Daarvoor mobiliseren de bruid en de bruidegom ieder een enorm aantal familieleden en vrienden.  In ons geval werden wij uitgenodigd door Anatole, die tenslotte een ex-collega van Jan Willem is, om te verzamelen in zijn nieuwe huis. Hij belde ons om 8.00 uur uit ons bed om te zeggen dat we er beslist om 14.00 uur moesten zijn, met Gerry in traditionele kledij. Dus via onze vriendin Esperance nog snel een pagne gehuurd in onze company kleuren ;-). Toen we daar aankwamen was er nog bijna niemand ( het blijft verwarrend hoe ze hier met tijd omgaan).  Maar na een uur zwijgend op de bank gezeten te hebben met langzaam binnendruppelende neven, nichten, ooms en tantes, waren we wel met een man of 25.  En dan is het: op naar het ouderlijk huis van de bruid!  Dat bleek compleet aan de andere kant van de stad te zijn, zodat we uiteindelijk om 15.30 uur voor de poort stonden. Daar troffen we nog een man of 50 aan, allemaal van de “ Anatole clan” . Het was bloedheet, maar denk maar niet dat de familie van de bruid ons erin liet.  Het spel is als volgt:  de familie van de bruid doet net of ze van niks weten: “ Lea? Nooit van gehoord, nee, hoor, wij hebben geen Lea. Wat komen jullie doen? Trouwen? Ja kom zeg, ik heb wel wat anders te doen, hoepel maar op”.  Dan gaat een delegatie van de bruidegom smeken of ze aljeblieft toch niet binnen mogen komen om erover te praten…etc…en dat kan rustig een uur duren. 
Met 100 man in de brandende zon...
Al die tijd sta je dus met inmiddels 100 man in de brandende zon buiten te wachten..Ik viel bijna flauw, want we hadden nog geen slokje water of thee gezien sinds we om 14.00 uur aanschoven.  Toen we eindelijk binnen werden gelaten, bleek er in de ruime tuin twee grote tenten tegenover elkaar opgesteld te zijn. In elke tent een honderdtal plastic stoeltjes. Plus een bandje en erepodium. Alsof er een riddertoernooi moest gaan plaatsvinden, stelden de families zich tegenover elkaar op.  Anatole ergens onopvallend weggemoffeld in onze gelederen en aan de overkant geen enkel spoor van de bruid. “ Die zit nog binnen” werd ons toegefluisterd.  Gelukkig kregen we eindelijk ook wat te drinken.

Riddertoernooi? Nee, een Rwandese bruiloft.
Wat volgde was een compleet theaterstuk: ieder kamp bleek een woordvoerder aangesteld te hebben.  Niet noodzakelijkerwijs de wederzijdse vaders, maar iemand met gezag in de familie die goed praten kan.
Tussen deze twee heren op leeftijd ontspon zich een vrolijke onderhandeling, waarbij de kant van de bruid “ hard to get” speelde en de kant van de bruidegom met gevlei en geschenken (traditioneel in de vorm van bananenbier, maar tegenwoordig in de vorm van flessen dure whisky) de tegenpartij probeerde over te halen in te stemmen met een trouwerij.  Bij elke nieuwe fles die aangeboden werd werd de toon van de familie van de bruid vriendelijker en na ongeveer een uur gaven zij toe inderdaad ene Lea in huis te hebben die ze misschien wel zouden willen uithuwelijken als daar voldoende koeien tegenover zouden staan.  En wie was de beoogde bruidegom eigenlijk? Voor het eerst werd nu Anatole naar voren geroepen. Hij werd goedkeurend bekeken, maar hem werd niks gevraagd. Het ging nog steeds alleen maar tussen die twee grijze heren en het ging alleen over koeien.  “We hebben wel 8 koeien meegenomen. Ga maar kijken, ze staan buiten!”  “ OK, als dat waar is, hebben we een deal!”   
Deal!
Sluitstuk van de onderhandeling is de inspectie van de bruidsschat: een commissie van twee familieleden van de bruid verdwijnt buiten de poor ten komt even later terug met de mededeling dat daar inderdaad het beloofde aantal koeien staat. ( Dit is op het platteland nog steeds zo, maar in stedelijke omgevingen zijn de koeien in de praktijk allang vervangen door geld – dat in de meeste gevallen door de familie van de bruid  aan het bruidspaar wordt gegeven ter dekking van de kosten van de bruiloft. – waardoor het eigenlijk weer heel herkenbaar wordt : familie van de bruidegom betaalt de bruiloft J ) . 

Moeder van Anatole met gele haarband
Op een bepaalde manier ontroerde het tafreel mij, die twee families die zo met elkaar bezig waren. Temeer als je bedenkt dat het spel gedragen wordt door ooms en tantes, neven en nichten, (half)broers en (half)zussen.  Lea verloor in de Genocide haar moeder en Anatole zijn vader.  Enkele maanden geleden overleed ook Lea’s vader, zodat van de “wederzijdse ouders” alleen Anatole’s moeder er nog is. 

Nu de onderhandelingen zijn afgerond breekt het grote moment aan: de bruid kan getoond worden aan haar toekomstige familie. De prijskoe die het voortbestaan van de
“clan” van de bruidegom moet verzekeren..ze ziet er uiteraard schitterend uit 
Bruid wordt nieuwe familie binnen geleid
 ..tromgeroffel, fanfare…Daar is ze!  Gejuich…het bruidspaar omhelst elkaar en neemt plaats.  Twee comedianten doen nog een act en dan mag de bruidegom even binnenkomen om een glaasje melk te drinken met zijn a.s. schoonfamilie.en mogen de gasten naar huis. Goed slapen, want we zijn nog niet klaar: morgen de apotheose: het kerkelijk huwelijk en de “ receptie” ofwel de ontvangst van de bruid in de familie van de bruidegom.


Dag 3: kerkelijk huwelijk en receptie
Het kerkje waar de mis wordt gehouden is de kapel van de Carmelitessen. Degelijke 60er Jaren bouw. Nog door de Belgen gedaan zo te zien. Je waant je in de Ardennen. Er zijn ongeveer 30 zwarte nonnen. Die zitten voorin. Daarachter een 50 tal mensen, waaronder wij. Het zou om 13.30 beginnen. Om 14.00 uur komt het Bruidspaar aan. De mis gaat grotendeels aan ons voorbij, want onze grote vriendin Esperance heeft geen zin om weer net als gisteren alles simultaan te vertalen. Maar het ziet er allemaal vertrouwd uit: gewoon een traditionele kerkelijke inzegening, zoals wij die in Nederland ook kennen. 
Gewoon een kerkelijk huwelijk zoals wij dat ook kennen.
Het loopt alleen allemaal wat uit. De “receptie” zou om 15.00 uur op dezelfde locatie beginnen, maar de kerkdienst is pas om 15.40 uur afgelopen. Buiten staan dan inmiddels weer 100 mensen te wachten. We gaan met zijn allen naar het belendende perceel, waar de Carmelitessen een hotel bijken te hebben. (inkomsten generende activiteit, noemen ze dat hier). 

Mooie locatie

Het is een geweldige locatie: een enorm grasveld met weer die plastic stoeltjes in twee gescheiden families en tafeltjes, een podium voor het bruidspaar, een band en prachtig uitzicht. Plek voor zeker 300 man. En die krijgen straks ook nog allemaal te eten. Maar wij willen niet eten, we willen wat drinken! Vanaf 13.30 uur zitten we op een droogje en het is al 17.00 uur inmiddels. Het bruidspaar neemt uitgebreid de tijd voor een fotoshoot en intussen krijgen wij niks. Eindelijk, tegen 18.00 uur komt het bruidspaar weer aan geflankeerd door traditionele dansers en danseressen. De metershoge bruidstaart wordt aangesneden en we krijgen wat te drinken.

Op naar de bruidstaart!


  De twee ‘ooms’ van gisteren grijpen de gelegenheid aan om hun toneelstukje te vervolgen. Nu pas dringt het tot me door dat dit geen receptie is zoals bij ons, maar dat het gaat om het sluitstuk van het traditionele huwelijk: de famlie van de bruid komt haar brengen naar de familie van haar nieuwe man. Zij wordt daar met vreugde ontvangen en zal in het vervolg bij zijn ‘clan’ horen.We maken een dansje, het eerste ontspannen moment  in het geheel. 
Anatole's clan

 Dan nemen de bruid en de bruidegom plaats op een soort troon (zie bovenaan deze blog) en terwijl het donker wordt komt het eten: grote stukken kip met zoete aardappelen en ugali (maispudding). Te eten met je handen.
Eten in het donker
Ten slotte komt eindelijk om 20.00 uur de gelegenheid het bruidspaar persoonlijk te feliciteren en een cadeau aan te bieden. Wat opvalt zijn de enorme paketten met strikken en prachtig pakpapier. Als je dan vraagt wat erin zit is dat vaak heel praktisch: keukengerei of blikjes conserven.. Daarnaast wordt iedereen ook geacht een financiele bijdrage te leveren om de enorme kosten van het feest te dekken. Wij sluiten ons aan bij de collega’s van ICCO.  We hebben wel een eigen cadeau: zilveren servetringen met kanten servetten. Het zou best eens kunnen dat ze dat prachtig vinden. Geen idee, want uitpakken is er niet bij.  Wel moeten alle gulle gevers met hun cadeau op de foto met het bruidspaar.
Inmiddels is het al uren donker. Meer licht dan wat stringen kerstlampsjes is er niet. De andere gasten met wie we aan een tafeltje zitten kunnen we nauwelijks zien. We zijn moe, we gaan naar huis. 

Eigenlijk viel deze dag ons wat tegen. We hebben voornamelijk heel lang zitten wachten en erg vrolijk was het ook niet.  Als je dan bedenkt wat een enorme kosten er gemaakt zijn door het bruidspaar, dan had je ze iets uitbundigers, iets meer ontspannends gegund. Maar misschien vonden zij het helemaal goed zo.  Dat weten we nog niet, want ze zijn nu op huwelijksreis in Gysengi, aan het Kivumeer op de grens met Congo. Hopeloos verliefd en hopeloos gelukkig en dat is mooi in zo’n roerige streek als dit.  

Kigali, 31 juli 2015
Jan Willem Eggink